Een man vraagt zich af waarom in zijn team steeds onderhuidse conflicten spelen en de sfeer niet goed is. In de opstelling blijkt dat de baas niet op de juiste plaats staat en voor beslissingen zich steeds afhankelijk maakt van een medewerker en de onderlinge relaties belangrijker vindt dan de doelstelling van de organisatie. Hierdoor weet niemand waar hij aan toe is. Toen hij zijn team opgesteld, had het tot gevolg dat hij anders tegen de problemen op zijn werk aankeek en zich anders op ging stellen.